Double Up-certificaat ING / Rabo Wereld Note april 2018 / Sustainable Equity Fund / Stonebridge Washington Residential Fund IV
Beoordeling artikelen:
| F | ongelezen weggooien |
| FF | gelezen weggooien |
| FFF | alleen als het u past |
| FFFF | zeker het overwegen waard |
| FFFFF | aanrader |
| Wat: | Double Up-certificaat ING |
| Van wie: | ABN Amro |
| Oordeel: | FFF |
Ligt de crisis achter ons? Het lijkt er wel op, want banken introduceren weer de nodige gestructureerde producten. Neem het aan het aandeel ING gekoppelde Double Up-certificaat van ABN Amro. De looptijd van dit financiële product is slechts één jaar en de werking is simpel. Eén certificaat vertegenwoordigt in feite één aandeel ING, met dien verstande dat u de koerswinst dubbel krijgt uitgekeerd — mèt een limiet, want uw winst is afgetopt op 22%. Stijgt ING met 11% of meer, dan zit u dus aan de maximale winst. Nu is een stijging van 11% in één jaar al stevig, dus ik hoef u niet uit te leggen dat een dubbel rendement helemaal prima is. Bij een koersdaling doet u volledig mee en krijgt u op einddatum aandelen ING uitgekeerd in plaats van geld. De certificaten worden uitgegeven tegen dezelfde koers als het aandeel ING. Is die koers € 9, dan is de uitgifteprijs van deze certificaten dus ook € 9. In de brochure worden drie scenario’s geschetst. Vooral bij een koerswinst van ING tot 11% in één jaar is het Double Up-certificaat interessanter dan het aandeel. Maar ook bij een koerswinst tussen de 11% en 22% doet u het beter met dit certificaat. U zou ook zelf iets soortgelijks kunnen samenstellen met aandelen en callopties. Stel, u koopt 100 aandelen ING voor € 9 en daarnaast koopt u een calloptie op nog eens 100 aandelen met een uitoefenprijs over een jaar van € 9. Die optie kost u € 130, zodat uw totale investering uitkomt op € 1.030. Vervolgens schrijft u twee callopties die ook een looptijd hebben van een jaar en met een uitoefenprijs van € 10. Dat levert u in totaal € 160 op. Per saldo is uw investering dan € 870. Als op einddatum de koers van ING boven de € 10 staat, levert dit zelfbouwpakket u € 1.100 op en maakt u 26,4% winst. Bovendien staat u bij een koersdaling pas op verlies als de koers van ING onder de € 8,70 staat, want dat was per saldo uw investering. Wie dit soort constructies te veel gedoe vindt, kan dit product van ABN Amro zeker overwegen. De kosten bedragen niet meer dan 1,50%. Doe het wel heel beperkt: uw geld is volledig gekoppeld aan ING. Dit soort producten is vooral geschikt voor een kleine groep beleggers, de rest zal de voorkeur geven aan een goede spreiding over veel aandelen.
| Wat: | Rabo Wereld Note april 2018 |
| Van wie: | Rabobank |
| Oordeel: | FFFF |
Onlangs was ik weinig enthousiast over een garantieproduct van ABN Amro. Ik beloofde toen de markt voor u in de gaten te houden, en nu is het raak. Want de Rabo Wereld Note, die loopt tot april 2018, heeft met 40% Europa, 40% Verenigde Staten, 10% Emerging Markets, 6% Japan en 4% Pacific buiten Japan een prima spreiding. Bovendien is de hoofdsom gegarandeerd door de Rabobank, ook als de aandelenbeurzen verlies opleveren. Persoonlijk vind ik het prettig dat het de Rabobank is die de garantie geeft, aangezien het de enige Nederlandse bank is met een triple-A kredietwaardigheid. Op einddatum wordt de garantiewaarde verhoogd met de stijging van de onderliggende indices. Voor twee van de vijf indices wordt gebruik gemaakt van een indextracker waardoor onderliggend wat meer kosten worden gemaakt. Dat geldt echter voor slechts 16% van het mandje. De kosten zijn verder volstrekt duidelijk: 1,5% bij aanvang en 0,107% per jaar. Voor de hele looptijd van deze note zijn de kosten naar verwachting 2,25%. Dat is eigenlijk spotgoedkoop, want dat is niet meer dan 0,33% per jaar! Tel daar de kosten van de beide indextrackers bij op en ik kom uit op ongeveer 0,45% per jaar. Zijn er dan geen addertjes onder het gras? Ik heb er eentje kunnen vinden. Gedurende de laatste anderhalf jaar worden de koersen van de indices gemiddeld. De methodiek is simpel: gedurende de laatste 18 maanden wordt per maand de stand van de indices gemeten en u wordt afgerekend op het gemiddelde van die metingen. Zoals zo vaak presenteert de bank dit als een voordeel, want de schommelingen worden minder. Per saldo is het echter gewoon goedkoper voor de bank omdat niet zeven jaar koerswinst wordt doorgegeven maar slechts zes jaar en drie maanden. Toch ben ik positief want de koerswinst die u kunt behalen kent geen limiet, terwijl uw inleg volledig gegarandeerd is door de sterkste commerciële bank van Nederland. Dat maakt het een interessant pakketje. Als u dit leest is de uitgifte al gesloten. Geen nood: tweedehands bespaart u zich die 1,5% eerste kosten. Ik vind het een mooie basisbelegging voor wie voorzichtig in aandelen wil beleggen. En ja, u mist de dividenden, maar daarvoor krijgt u de eindwaardegarantie in de plaats.
| Wat: | Sustainable Equity Fund |
| Van wie: | Triodos Bank |
| Oordeel: | FFFF |
Steeds meer beleggers kiezen voor duurzaam. Nu kun je het begrip ‘duurzaam’ op verschillende manieren uitleggen. Het Sustainable Equity Fund van Triodos Bank legt de nadruk op de sociale en milieutechnische aspecten. Het fonds belegt uitsluitend in aandelen en vergelijkt zichzelf met twee indices. De eerste vergelijking is met de Triodos Sustainable Equity Index. Daar kan ik niet zoveel mee, behalve constateren dat de prestaties in lijn zijn met de eigen index, na aftrek van kosten. Gelukkig maakt de aanbieder ook een vergelijking met de niet-duurzame MSCI World Index. De laatste drie jaar blijkt het fonds een achterstand te hebben opgebouwd van 3,7% per jaar. Bekeken op een termijn van tien jaar is er echter een voorsprong van 0,2% per jaar. Het fondsbeheer heeft Triodos uitbesteed aan Delta Lloyd Asset Management. Die hanteren een keurige spreiding waarbij de sectoren industrie, informatietechnologie en gezondheidszorg elk voor zo’n vijftien procent zijn opgenomen. Opvallend is dat financiële dienstverlening slechts 10% van het fondsvermogen uitmaakt. In de wereldindex is dat ruim het dubbele. In de toelichting lees ik dat veel banken geweerd worden door het fonds omdat ze financiële belangen hebben in de wapenindustrie. Helemaal uitsluiten doet het fonds het niet, want Triodos hanteert een bepaald maximum. Ook in de landenverdeling zijn er afwijkingen. Zo is het percentage dat is belegd in de Verenigde Staten wat lager dan in de wereldindex en is bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk wat sterker vertegenwoordigd. Het aardige van dit fonds is dat het al meer dan tien jaar bestaat en dus een behoorlijke historie heeft. De totale kosten zijn zo’n 1,7% per jaar. Het jaarlijkse dividend bedraagt ongeveer 1%. Fondsenbeoordelaar Morningstar geeft dit fonds drie sterren, waarbij een vergelijking wordt gemaakt met normale wereldwijd beleggende aandelenfondsen. Omdat het fonds in lijn presteert met gewone aandelenfondsen en daar een duurzaam karakter aan toevoegt, krijgt het van mij 4 F’jes. Het overwegen waard dus. Zeker als u duurzaamheid net zo belangrijk vindt als rendement.
| Wat: | Stonebridge Washington Residential Fund IV |
| Van wie: | Stonebridge Investments |
| Oordeel: | FFF |
Beleggen in Amerikaans vastgoed is tijdens de kredietcrisis voor menig belegger op een drama uitgelopen: diverse projecten en aanbieders zijn failliet gegaan. Tsja, een hoog prognoserendement gaat nu eenmaal gepaard met een hoog risico. De aanbieding van Stonebridge opent op de voorpagina van het prospectus met 15,4% prognoserendement, en dan sta ik dus meteen op scherp. De belegging betreft een gebouw in Frederick, Maryland, bestaande uit 86 verhuurappartementen van gemiddeld 90 m2, bouwjaar 1964, bezettingsgraad 88%. De aanbieder denkt met gerichte investeringen en een professioneel management die bezettingsgraad te verbeteren naar 95%. De totale koopsom bedraagt USD 8.050.000, inclusief een aangrenzend stuk grond dat voor USD 400.000 wordt gekocht en waarop nog 68 extra appartementen gebouwd kunnen worden. Van de totale investering wordt USD 5.630.000 gefinancierd met een hypotheek. Van de resterende USD 3.460.000 wordt USD 160.000 ingebracht door de initiatiefnemer en USD 3.300.000 door beleggers, waarmee het totaal op USD 9.090.000 komt, ofwel USD 1.040.000 meer dan de koopsom. Deelnemen kan vanaf USD 80.000. De bijkomende kosten bovenop de koopsom zijn afgerond USD 930.000, inclusief USD 215.000 aan renovatiekosten. Daarnaast houdt men een liquiditeitsreserve aan van USD 109.000. In het eerste jaar verwacht de aanbieder het naastgelegen perceel bouwgrond te verkopen met een winst van USD 575.000. Na vijf jaar zal ook het aangekochte complex verkocht moeten worden. De leegstand moet dan zijn teruggebracht van 12% naar 5% en samen met een redelijke huurstijging van 2,3% per jaar moet het leiden tot een verkoopprijs van USD 9.483.000. Dat is een waardestijging van 24%. De initiatiefnemer ontvangt dan een winstdeling van ruim USD 305.000. Op uw inleg van USD 80.000 zou cumulatief USD 55.747 uitgekeerd moeten worden aan rendement. Het IRR rendement bedraagt dan 13,9%. Wie dat aantrekkelijk vindt, moet zich wel terdege realiseren dat er nogal wat onzekere factoren zijn, zoals die verbetering van de bezettingsgraad en de verwachte winst op de verkoop van het bouwperceel. De aankoop is tegen een crisisprijs en de dollar staat historisch laag, dus het kan zeker beter uitpakken. Maar toch, verlies die risico’s niet uit het oog.
