« Terug naar het overzicht
Op de deurmat nr. 1 januari 2012
Kapé Breukelaar
13-1-2012

RBS Variabele Rente Obligatie / ASR VermogenBelegd / ETFX AEX Fund / SNS Participatiecertificaat 3

Beoordeling artikelen:

F ongelezen weggooien
FF gelezen weggooien
FFF alleen als het u past
FFFF zeker het overwegen waard
FFFFF aanrader

 

Wie: RBS Variabele Rente Obligatie
Wat: Royal Bank of Scotland
Oordeel: FFFF

Nadat RBS, Fortis en Santander ABN Amro overnamen om hun prooi vervolgens te verscheuren en de stukjes onderling te verdelen, kwam de productenbouwersafdeling terecht bij RBS. Dat is de reden dat we regelmatig producten op de Nederlandse markt zien verschijnen met het RBS-logo, waaronder de Variabele Rente Obligatie die in mei 2011 werd uitgegeven. De Variabele Rente Obligatie keert jaarlijks een rente uit gelijk aan de CMS-rente (vergelijkbaar met die voor staatsleningen) voor tien jaar, verhoogd met een opslag van 0,55%. Voor het eerste jaar komt de rente daardoor uit op 3,99%: de CMS-rente van mei 2011 (3,44%) plus 0,55% opslag. Jaarlijks wordt op de laatste handelsdag van mei de nieuwe rente voor het daaropvolgende jaar vastgesteld. Uiteindelijk loopt deze obligatie in 2017 af en krijgt u de nominale waarde van € 100 per obligatie uitgekeerd, tevens de uitgifteprijs van dit product. Hoewel inmiddels veel maanden verstreken zijn sinds de emissie, kunt u nog steeds deelnemen. Interessant is dat de koers ten tijde van dit schrijven is gedaald naar ongeveer 86,5%. Wie in mei instapte, heeft in iets meer dan een half jaar een verlies gemaakt van 13,5%. Dat biedt dus kansen. Ik kijk natuurlijk eerst naar de actuele CMS-rente voor tien jaar, die, wederom ten tijde van het schrijven, uitkomt op een weinig spannende 2,55%. Tel daarbij de opslag van 0,55% en de rentevergoeding komt naar verwachting uit op 3,1%. Gedeeld door de koers van 86,5% maakt dat echter een couponrente van 3,48% per jaar. De aangroei van 86,5% naar een aflossing op 100% in de komende vijfeneenhalf jaar brengt het effectieve rendement van deze obligatie zelfs op 6,1%. Ook als de tienjaarsrente wegzakt naar 1% per jaar kom ik nog uit op 4,4% effectief rendement per jaar. Interessanter wordt het als de tienjaarsrente gaat stijgen, want dan komt uw rendement alleen maar hoger uit. Zelfs als u vreest voor een flinke rentestijging, zou u dit product dus kunnen overwegen. Dat was ook het verkoopargument bij de uitgifte. Wie op zoek is naar wat extra rendement en een aanvulling op de obligatieportefeuille, zou deze obligatie kunnen overwegen op deze lagere koers, met de kanttekening dat het wegzakken van die koers de enige reden is voor het vierde F’je: de uitgevende instelling is The Royal Bank of Scotland plc met momenteel een creditrating van slechts één A.

 

Wie: ASR Verzekeringen
Wat: ASR VermogenBelegd
Oordeel: FFF

Staatsbedrijf ASR Levensverzekeringen NV is ontstaan door de samenvoeging van een heel aantal verzekeraars, zoals het oude Amev, Stad Rotterdam en De Amersfoortse, en het directe gevolg van de aanschaf van het oude ABN Amro en Fortis. ASR VermogenBelegd is bedoeld om de oude woekerpolissen te doen vergeten en de strijd aan te gaan met de beleggingsvariant van banksparen. Het product wordt dan ook actief aangeboden aan ASR-klanten die hun woekerpolis willen omzetten naar een product met lagere kosten. Kosten die ik zonder omwegen op de internetsite van ASR kan vinden: de administratiekosten bedragen € 50 per jaar, binnen de fondsen berekent ASR 0,25% per jaar aan managementvergoeding en 0,28% polisbeheervergoeding over de waarde van de beleggingen, allemaal keurige tarieven. Normale handelingen – zoals het verhogen van de inleg of het wijzigen van de beleggingsmix – zijn gratis, maar wie tussentijds iets fundamenteels wil wijzigen – bijvoorbeeld geld opnemen of het inleggen stoppen - kan dat doen tegen overzichtelijke administratiekosten (tussen de € 50 en € 150). Omdat verzekeraars traditioneel van kleine lettertjes houden, check ik toch ook maar even de financiële bijsluiter met als voorbeeld een polis die in 30 jaar tijd € 200.000 moet opbouwen bij 8,3% (aandelen)rendement vóór kosten. Bij voortijdig overlijden keert de polis eveneens € 200.000 uit. Volgens de bijsluiter houdt u van 4,0% bruto rendement uiteindelijk 2,5% netto over. In de bijsluiter wordt gerekend met 1% afsluitprovisie voor de hypotheek, waardoor de kosten in het eerste jaar direct € 2.000 zijn. Laat ik die kosten buiten beschouwing (het gaat tenslotte om de polis) dan betaalt u in 30 jaar € 9.152 aan kosten op een inleg van € 59.761. Van die inleg gaat € 3.277 op aan premie voor de overlijdensrisicoverzekering, die darmee goed geprijsd is. Met een correctie op de afsluitprovisie en de premie voor de overlijdensrisicoverzekering kom ik uit op 1% aan jaarlijkse kosten, heel wat minder dan het kostenplafond voor woekerpolissen van 2,45% per jaar. Het kan dus wel, al moet ik er wel even bij vermelden dat de meest populaire bancaire variant — de Rabo opbouwhypotheek — nog iets lager in z’n kosten zit. Wie al een ASR beleggingshypotheek heeft, geen oversluitgedoe wil en het aanbod krijgt naar dit product over te stappen, zou dat serieus moeten overwegen.

 

Wie: Rabobank
Wat: ETFX AEX Fund
Oordeel: FFFF

De Autoriteit Financiële Markten stelt in rap tempo de ene ‘leidraad’ na de andere op. Zo’n leidraad is geen echte wet of regel, maar geeft wel aan hoe de markt volgens de AFM met bepaalde zaken om moet gaan. Eind oktober 2011 verscheen er eentje die ingaat op ‘actief beleggen’ versus ‘passief beleggen’. Kort samengevat moeten beleggingsondernemingen aantonen dat een actief beleggingsfonds toegevoegde waarde heeft ten opzichte van een passief beleggingsproduct (lees: indexfondsen). Is dat niet het geval, dan heeft het passieve product de voorkeur. Het zal daarom niemand verbazen dat de Rabobank sinds enige tijd ook indexfondsen aanbiedt. Trouwe lezers weten dat ik een voorstander ben van dergelijke fondsen: de kosten zijn laag, de dividenden vaak aantrekkelijk en u doet het maar een fractie slechter dan de index zelf (dat verschil in performance zit ’m in de kosten). De Rabobank biedt de trackers aan van ETFX. Ten tijde van dit schrijven waren dat er overigens maar vier: op de AEX, de AMX, de DAX-index en een Agri Business Fund. Onderwerp van deze recensie is de AEX-tracker. Het gaat hier om een zogeheten ‘synthetische tracker’, wat inhoudt dat de onderliggende AEX-aandelen niet werkelijk gekocht worden, maar ‘gerepliceerd’ door middel van afgeleide producten, zogeheten ‘swaps’. Dat zijn een soort opties die zowel naar boven als naar beneden de index volgen. De laatste tijd is er nogal wat discussie over synthetische trackers, want onbedoeld loop je als belegger via de tracker een ‘tegenpartijrisico’: je weet immers niet wie de tegenpartij is van de swap. Nu moet dat risico ook weer niet overdreven worden, want voor een swap moet een tegenpartij voldoende onderpand geven. Toch zijn er beleggers die liever in een indextracker stappen die daadwerkelijk de aandelen koopt. Ook daar zit een adder onder het gras: die aandelen worden vaak uitgeleend (‘verhuurd’), waardoor er net zo goed een tegenpartijrisico is. De AEX-tracker die de Rabobank aanbiedt, kent totale kosten van rond de 0,7% per jaar. Dat is vrijwel gelijk aan de iShares AEX. De eerder door mij met 5 F’jes beoordeelde StreetTrack AEX doet het iets beter en blijft 0,4% achter bij de index. Het dividend wordt bij het ETFX AEX Fund niet uitgekeerd maar herbelegd. Persoonlijk zie ik liever een dividenduitkering, maar dat is een kwestie van smaak.

 

Wie: SNS Bank
Wat: SNS Participatiecertificaat 3
Oordeel: FF

Een abonnee treft in de nalatenschap van zijn vader een flinke belegging in SNS Participatiecertificaten 3 aan. Hij vraagt mij waarom deze niet gewoon uitkeren bij overlijden, zoals een spaarrekening. Helaas is het een achtergestelde en eeuwigdurende obligatie en dat is echt iets anders dan een spaarrekening. In 2002 en 2003 gaf de bank achtergestelde obligaties uit, maar toen wist nog niemand wat een kredietcrisis was. Ik moet eerlijk bekennen dat deze producten ook onder mijn radar zijn gebleven, maar de internetsite van SNS Bank geeft keurig alle noodzakelijke informatie. Zo zie ik dat deze derde en laatste serie een rente kent van 5,16% per jaar en dat deze vast staat tot juni 2013. De participatiecertificaten kennen geen vaste looptijd en kunnen dus oneindig doorlopen. Verlengt de bank na 2013 de looptijd (ze kunnen ook aflossen op € 100), dan zal de rente gelijk zijn aan de rente op staatsleningen met een looptijd van negen tot tien jaar met een extra opslag van 1,5% (en opnieuw voor tien jaar worden vastgezet). Bijzonder is wel dat de bank de certificaten vervolgens op ieder moment kan aflossen, maar het echte addertje onder het gras is dat de certificaten achtergesteld zijn. Bij een faillissement van de bank staan de certificaathouders achteraan, net vóór de aandeelhouders. Zoiets geldt ook voor de uitbetaling van de rente: alleen als er uitkeerbare middelen zijn boven het Tier 1-kapitaal, wordt de rente betaald. Het is allemaal na te lezen in het prospectus dat gewoon op de site staat. De certificaten lijken wel wat op de Ledencertificaten van de Rabobank (FFFF in 2008). Het cruciale verschil is dat de Rabobank toch echt een sterkere financiële positie heeft dan de SNS Bank. Daarom ben ik ook verbaasd over de koers van deze certificaten, die op 1 november 2011 nog op € 104,63 stond. Zeker, de rente is aantrekkelijk. Tegelijkertijd zijn de risico’s lastig in te schatten en wie risico en rendement vergelijkt met andere achtergestelde en eeuwigdurende obligaties, zal constateren dat de SNS Participatiecertificaten behoorlijk aan de prijs zijn. Dat lijkt mooi voor de abonnee die dit product aantrof in de nalatenschap van zijn vader. Echter, een beursnotering is er niet. Wel een verhandeling – één keer per kwartaal – maar helaas blijken er geen kopers te zijn. Dan heb je weinig aan een koers die er op papier mooi uitziet.