Afgelopen week heeft het kabinet besloten het depositogarantiestelsel te wijzigen. Dit besluit is een logisch vervolg op het rapport van de expertwerkgroep over het depositogarantiestelsel uit 2009 en de aankondiging van de vorige minister van Financiën, Wouter Bos, een nieuw stelsel uit te werken.
Nieuw garantiestelsel voor spaargeld
Afgelopen week heeft het kabinet besloten het depositogarantiestelsel te wijzigen. Dit besluit is een logisch vervolg op het rapport van de expertwerkgroep over het depositogarantiestelsel uit 2009 en de aankondiging van de vorige minister van Financiën, Wouter Bos, een nieuw stelsel uit te werken.
Herman Bouter
De wijzigingen van het depositogarantiestelsel hebben geen betrekking op de voorwaarden, maar op de financiering van het stelsel. Dit stelsel beschermt rekeninghouders tegen het faillissement van hun bank tot een maximum € 100.000. De rekening hiervan wordt verdeeld onder de andere banken naar rato van hun marktaandeel. Tijdens de recente crisis werd duidelijk dat deze rekening wel op een ongelukkig moment op de deurmat viel. De kapitaalreserves van banken waren door de crisis aangetast en de rekening van het depositogarantiestelsel tast die reserves nog verder aan. Om dit tegen te gaan kondigt het kabinet deze wijziging aan. Per 1 juli 2012 gaan banken een bijdrage betalen aan het depositogarantiefonds. Zij betalen vanaf dat moment tien jaar lang ieder kwartaal 0,025%, zodat aan het einde van die periode 1% van gegarandeerde saldi in een fonds beschikbaar is. Als er dan een bank omvalt, dan is in het fonds circa 4 miljard beschikbaar om de eerste klap op te vangen.
Daarnaast wordt de weeffout in het huidige stelsel hersteld. Op dit moment wordt er geen rekening gehouden met het onderscheid in financiële gezondheid tussen verschillende banken. Dat gaat in het nieuwe stelsel veranderen. Naast de kwartaalbijdrage moeten banken een risico-opslag betalen die kan variëren van 0 tot 100%.
Banken met een uitstekende financiële ‘gezondheid’ hoeven geen risico-opslag te betalen, terwijl banken met een ‘hoog’ risico een risico-opslag van 100% op de kwartaalbijdrage moeten betalen. Zij betalen in feite dus tweemaal de kwartaalbijdrage. In het nieuwe stelsel betaalt ook de bank die failliet gaat mee aan de eigen schade. In het huidige systeem draagt de bank die omvalt helemaal niets bij aan de ontstane schade, omdat de rekening daarvan pas achteraf gepresenteerd wordt en van een kale kip kan je niet plukken.
Daarnaast wordt bij een faillissement van een bank eerst verhaald op het saldo van die bank in het depositogarantiefonds. Hoogstwaarschijnlijk is dit saldo echter ontoereikend, zodat vervolgens het algemene saldo van het fonds wordt aangesproken. Het algemene saldo is het totaal van de bijdragen van banken die niet langer meer aan de voorwaarden van het depositogarantiestelsel voldoen en de door banken betaalde risico-opslagen. Als dit saldo ook onvoldoende is, dan incasseert men de schade op de bijzondere saldi van de overige banken. Is dit saldo ook onvoldoende, dan wordt de resterende schade over de resterende banken naar rato van hun marktaandeel verdeeld.
In het nieuwe stelsel wordt de schade dus anders verdeeld en is er bovendien een fonds waaruit de eerste schade voldaan kan worden. Een soort airbag dus.
De vraag is of het nieuwe systeem de spaar- en depositomarkt voor consumenten zal veranderen. Ik verwacht echter niet dat 0,1% extra bijdrage die banken met een relatief hoog risico per jaar kunnen gaan betalen (vier maal de maximale risico-opslag van 0,025% per kwartaal) grote verschuivingen teweeg zullen brengen.
