Op 1 juni dit jaar is de wetgeving aangepast waardoor zogenaamde flitskredieten of minileningen ook onder het financieel toezicht van de AFM vallen. Daarnaast is er een maximumrentevergoeding van toepassing en zijn de aanbieders van dit soort kredieten vanaf 1 juni 2011 vergunningplichtig. Of toch niet?
Flitskredieten verder aan banden
Op 1 juni dit jaar is de wetgeving aangepast waardoor zogenaamde flitskredieten of minileningen ook onder het financieel toezicht van de AFM vallen. Daarnaast is er een maximumrentevergoeding van toepassing en zijn de aanbieders van dit soort kredieten vanaf 1 juni 2011 vergunningplichtig. Of toch niet?
Herman Bouter
Flitskredieten of minileningen zijn kleine leningen tot circa € 500 die binnen 3 maanden moeten worden afgelost. Door de korte looptijd vielen dit soort kredieten in het verleden niet onder het financieel toezicht van de AFM. Het gevolg was dat de totale kosten van flitskredieten en minileningen konden oplopen tot omgerekend een rente van 600% op jaarbasis. Aanbieders verweerden zich met het argument dat een vast bedrag aan behandelingskosten bij kleine leningen een groot deel van de kosten uitmaakt.
Hoe het ook zij, wie wil een lening met een rentepercentage van 600% op jaarbasis? Mensen die geld willen lenen kunnen normaal gesproken veel goedkoper bij de bank terecht. Daar staat tegenover dat het aanvragen van een krediet bij een bank ingewikkelder is en dat u daar waarschijnlijk langer op moet wachten dan bij een minilening of een flitskrediet. Maar de kosten zijn dan dus wel lager. Desondanks werd veelvuldig van flitskredieten gebruik gemaakt.
Om de consumenten hiertegen te beschermen is de wetgeving aangescherpt. Vanaf 1 juni 2011 vallen ook kredieten met een looptijd korter dan drie maanden onder financieel toezicht. Dat betekent dat flitskredieten en minileningen ook vallen onder de maximum kredietvergoeding van op dit moment 15% per jaar. Onder dit percentage vallen alle kosten van het krediet. Dus rente, het vaste bedrag aan behandelkosten en alle andere denkbare kosten.
Daarnaast zijn aanbieders van flitskredieten verplicht te onderzoeken of de consument de verplichtingen van het krediet naar algemene aanvaarde normen kan terugbetalen. Dit om overkreditering tegen te gaan. Doen zij dit niet of onvoldoende, dan zal de AFM de aanbieders hierop aanspreken.
Nog belangrijker is dat aanbieders van flitskredieten of minileningen vanaf 1 juni 2011, zoals iedere aanbieder van kredieten, een vergunning moeten hebben. Daar is een uitzondering op, namelijk bij kredieten die binnen drie maanden moeten worden afgelost en waarvoor slechts kosten van geen betekenis in rekening worden berekend. Blijkbaar hebben de aanbieders van minileningen ervoor gekozen nog niet vergunningplichtig te zijn. Een rondje langs de websites van een aantal aanbieders van flitskredieten levert namelijk het verrassende beeld op dat er niet of nauwelijks rente en/of kosten in rekening worden gebracht. Hoe zou het nieuwe verdienmodel eruit zien of zijn zij in afwachting van de beslissing van de AFM op de vergunningaanvraag?
Bij één aanbieder is de looptijd van zeven dagen wel erg kort. Wie zijn lening niet binnen zeven dagen terugbetaalt, krijgt ogenschijnlijk te maken met een ander bedrijf dat de vordering incasseert. U krijgt dan 14 dagen uitstel van betaling, waarvan de kosten voor kredieten tot € 1.000 omgerekend in een rentepercentage meer dan 400% op jaarbasis bedragen. Het lijkt erop dat kredietkosten na zeven dagen worden getransformeerd in vorderingskosten. Wordt hiermee het kat- en muisspel tussen de aanbieders van flitskredieten en de toezichthouder verder voortgezet?
