In april van dit jaar keurde de Belastingdienst goed dat de uitkeringen van een zogeheten oud regime lijfrente van de meest verdienende partner werden overgeheveld naar de minst verdienende partner met als gevolg een aardig fiscaal voordeel. Toen dit fiscale voordeel kleurrijk breed in de pers werd uitgemeten, kwam Financiën in actie en floot afgelopen week de Belastingdienst terug.
Financiën fluit belastingdienst terug
In april van dit jaar keurde de Belastingdienst goed dat de uitkeringen van een zogeheten oud regime lijfrente van de meest verdienende partner werden overgeheveld naar de minst verdienende partner met als gevolg een aardig fiscaal voordeel. Toen dit fiscale voordeel kleurrijk breed in de pers werd uitgemeten, kwam Financiën in actie en floot afgelopen week de Belastingdienst terug.
Herman Bouter
Oud regime lijfrenten zijn lijfrenten die langer dan circa twintig jaar geleden zijn afgesloten en waarop afwijkende fiscale regels van toepassing zijn. Zo zijn de fiscale regels voor uitkeringen aanzienlijk flexibeler en bieden ze aantrekkelijke planningsmogelijkheden als u eerder wilt stoppen met werken. Een ander voordeel van oud regime lijfrenten is dat de polis of de uitkeringen uit de polis geschonken mogen worden. Dit in tegenstelling tot de lijfrenten die nu worden afgesloten. Met het schenken van de uitkeringen aan studerende kinderen kan een flink fiscaal voordeel worden bereikt. De meest verdienende partner heeft de premies van de lijfrente destijds mogelijk tegen 72% Inkomstenbelasting afgetrokken, terwijl het kind in de meest voordelige situatie geen belasting over de uitkeringen hoeft te betalen. Hierover bestaat geen discussie, ook niet tussen de Belastingdienst en Financiën.
Bij schenking tussen partners stuit het fiscale voordeel wel op problemen. Onder de oude belastingwetgeving werd de lijfrentepremie of koopsom van oud regime lijfrenten afgetrokken van het inkomen van de meest verdienende partner. Door de mogelijkheid de lijfrentepolis of -uitkeringen te schenken zou door overheveling van de uitkeringen naar de minst verdienende partner een fiscaal voordeel kunnen worden bereikt. Om dit tegen te gaan was er een antimisbruik-artikel in de oude belastingwetgeving opgenomen, waardoor het inkomen uit de lijfrente werd toegerekend aan de meest verdienende partner, waardoor het beoogde fiscale voordeel kwam te vervallen. In de specifieke casus die in april van dit jaar aan de Belastingdienst werd voorgelegd, kwam het kapitaal uit de lijfrentepolis toe aan de minst verdienende partner en werd deze omgezet in een lijfrente bij de bank en werden de nieuwe lijfrenteregels die qua flexibiliteit minder aantrekkelijk zijn van toepassing. Door deze nieuwe lijfrenteregels was de Belastingdienst van mening dat zij geen beroep kon doen op het antimisbruik-artikel uit de oude Wet Inkomstenbelasting en kon er dus een belastingvoordeel worden behaald. Kennelijk is Financiën dit ondanks verschillende publicaties ontgaan, totdat in een artikel het beeld werd geschetst dat door dit standpunt de overheid miljarden euro’s aan belastinginkomsten zou gaan missen. Bovendien zou het belastingvoordeel vooral bij vermogende Nederlanders terechtkomen, hetgeen op maatschappelijke verontwaardiging kan rekenen. Financiën heeft daarop de Belastingdienst teruggefloten. Opmerkelijk is dat dit een besluit is en de wet niet is aangepast. Blijkbaar is er een interpretatieverschil tussen de Belastingdienst en Financiën over het toepassen van de regels. Wellicht moeten we concluderen dat de fiscale regels zo ingewikkeld zijn geworden dat zelfs overheidsinstanties er niet meer uitkomen. Dat geeft stof tot nadenken.
