« Terug naar het overzicht
Dossier Beleggingshypotheken nr. 10 december 2011
Kapé Breukelaar
10-12-2011

Ooit was de beleggingshypotheek het ei van columbus: een relatief lage inleg en een ‘vrijwel gegarandeerd’ hoog eindkapitaal. Maar het ei vertoont barsten, want de rendementen vallen tegen, niet in de laatste plaats door het ongegeneerde graaien van aanbieders en tussenpersonen. Hoe nu verder?

DOSSIER
Beleggingshypotheken

Ooit was de beleggingshypotheek het ei van columbus: een relatief lage inleg en een ‘vrijwel gegarandeerd’ hoog eindkapitaal. Maar het ei vertoont barsten, want de rendementen vallen tegen, niet in de laatste plaats door het ongegeneerde graaien van aanbieders en tussenpersonen. Hoe nu verder?

Tekst: Kapé Breukelaar

De beleggingshypotheek was tot een jaar of vijf geleden een van de meest populaire hypotheekvormen. Dankzij de extreem goede beleggingsrendementen in de jaren ’90 werd achteloos met prognoses gewerkt van 9 procent rendement op jaarbasis, soms nog meer. Dat maakte de beleggingshypotheek een stuk goedkoper dan de traditionele spaarhypotheek: door de stevige rendementsprognose kon de maandelijkse inleg omlaag terwijl het eindkapitaal onveranderd bleef.
Maar wie had kunnen bevroeden dat de aanbieders van dit soort producten vrijwel zonder uitzondering een stevige graai in de pot zouden doen? Hoge provisies voor de tussenpersonen, hoge beheerkosten en idem overlijdens- en andere risicopremies voor de klant, in combinatie met de tegenvallende beurskoersen van de laatste jaren, maken dat de riante prognosekapitalen van destijds vrijwel zeker niet gehaald zullen worden. En omdat veel polissen juist aan het begin van de looptijd — dat waren niet zelden de vette jaren — veel hogere kosten kenden, is de waardeopbouw na tien jaar zelfs aanzienlijk lager is dan wat er aan premies is ingelegd.

Steken
Helaas hebben de stichtingen die de belangen van gedupeerde woekerpolisbezitters hadden moeten behartigen, veel steken laten vallen.
Het risico van een forse restschuld is dus onverminderd hoog. En dat levert op termijn potentieel een extra probleem op. Sinds de belastinghervorming van 2001 is de hypotheekrenteaftrek beperkt tot 30 jaar. Zodra de aftrekbaarheid van de eigenwoningrente stopt, wordt de bruto rentelast over de resthypotheek netto. Die extra last valt vaak samen met een aanzienlijk lager inkomen na de pensionering. Zonder tijdige maatregelen zal een deel van de huizenbezitters straks dus geconfronteerd worden met een karige oude dag.
De door de verzekeraars aangeboden ‘compensatie’ is in elk geval volstrekt onvoldoende om dat probleem op te heffen. En nu de woekerpolisstichtingen niet doen waarvoor ze betaald werden, zult u zelf actie moeten ondernemen. Want ondanks de in de woekerpolisakkoorden opgenomen kostenmaximering levert u op basis van diezelfde akkoorden gemiddeld per jaar toch tussen de 2,45 en 2,85 procent in aan kosten. Kosten die worden afgeroomd van de toch al niet zo glorieuze rendementen op uw beleggingen.

Inteereffect
Wat niet veel mensen weten is dat er een inteereffect is als gevolg van de in beleggingsverzekeringen ingebouwde overlijdensrisicoverzekering. De premie daarvoor is niet alleen afhankelijk van uw leeftijd, maar ook van het opgebouwde kapitaal. Stel dat de verzekering bij overlijden een bedrag van twee ton moet uitkeren. Het te verzekeren bedrag wordt dan bepaald op basis van die uitkering minus het aanwezige beleggingskapitaal. En ja, als het beleggingskapitaal tegenvalt — wat dus in de meeste gevallen zo is — zal er een hoger bedrag verzekerd moeten worden. Een hoger verzekerd kapitaal vraagt om een hogere premie voor de overlijdensrisicodekking, die extra premie zorgt ervoor dat er nóg minder geld in de beleggingen geïnvesteerd kan worden, en dan is de vicieuze cirkel rond. Er zijn beleggingspolissen die van de jaarlijkse inleg helemaal niets meer beleggen omdat de hele inleg opgaat aan de overlijdensrisicodekking. Onlangs kreeg ik nog een polis onder ogen waar eind jaren ’90 in de offerte een prognose voor het eindkapitaal werd opgegeven van ruim 140.000 euro bij 9 procent beleggingsrendement. Inmiddels was de prognose op einddatum — met dank aan de hoge kosten, de tegenvallende rendementen en natuurlijk dat vermaledijde inteereffect — bijgesteld naar min 4.500 euro. Tel uit je verlies. Om dat te voorkomen, kunt u het best zo snel mogelijk een plan van aanpak maken met de volgende mogelijkheden in het achterhoofd.

1. Accepteer een nieuw aanbod van uw verzekeraar
Enkele verzekeraars zijn actief bezig om hun klanten te helpen overstappen naar een goedkoper en beter alternatief. Zo biedt ASR Verzekeringen klanten aan de bestaande beleggingsverzekering kosteloos om te zetten in een nieuw verzekeringsproduct met veel lagere kosten. De kosten daarvan zijn rond de 1 procent per jaar en redelijk in lijn met de vaak goedkopere bankspaarproducten. Naar mijn mening is dit de weg die veel meer aanbieders zouden moeten bewandelen, want het voorkomt de kosten van het oversluiten van de hypotheek. Bovendien blijft de klant voor de verzekeraar behouden. Helaas volgen nog maar weinig verzekeraars het voorbeeld van ASR. Dan moet u naar 2.

2. Stap over
Soms heeft de verzekeraar best een goed alternatief in huis maar krijgt u dat niet aangeboden. Neemt uw verzekeraar geen initiatieven om uw beleggingshypotheek (zonder kosten uiteraard) over te zetten in dat betere want goedkopere product, dring dan aan. U weigert uiteraard enige vorm van overstapkosten te betalen. Komt men niet over de brug, dan zult u uw heil elders moeten zoeken.

LET OP:
Als de geldlening ook bij de verzekeraar loopt, kan deze eisen dat de aflossing bij hem wordt opgebouwd. Overstappen kan in dat geval alleen door beleggingen en hypotheek beide elders onder te brengen, hetgeen weer extra kosten met zich meebrengen want u sluit dan ook de lening over. Denk aan boeterente, notariskosten en taxatiekosten. Wellicht is er zoveel overwaarde in uw woning opgebouwd, dat de verzekeraar bereid is uw beleggingshypotheek om te zetten in een aflossingsvrije hypotheek. Dan bent u vrij om uw beleggingen elders onder te brengen.

3. Ga banksparen
Bij de overstap zijn met name de bankspaarproducten een interessant alternatief voor een beleggingsverzekering. Banksparen is er in twee smaken, de echte spaarhypotheek en de beleggingsvariant (zie onder 4). Wie zijn buik vol heeft van beleggen, kan kiezen voor de spaarvariant. Dat zal betekenen dat de hele hypotheek omgezet moet worden, bij uw huidige aanbieder of bij een ander. De spaarrente op het op te bouwen aflossingskapitaal is immers gekoppeld aan de hypotheekrente op de lening. In de praktijk zullen lening en spaarrekening bij dezelfde aanbieder lopen. U kunt de afkoopwaarde van uw polis laten overhevelen naar het bankspaarproduct en voortaan maandelijks een bedrag storten op die spaarrekening. Voor het afdekken van het overlijdensrisico sluit u een losse verzekering af. Daarover verderop meer.

4. Ga beleggen met een bankspaarrekening
Gelooft u nog steeds in beleggen als een goede manier om het aflossingskapitaal op te bouwen? Stap dan over naar de beleggingsvariant van banksparen. Let daarbij wel goed op de kosten. De goedkoopste aanbieders zitten rond de 0,6 procent kosten per jaar, grote banken bieden dergelijke producten aan met een kostenfactor van rond de 1 procent per jaar. In beide gevallen bent u dus een stuk goedkoper uit dan met een ouderwetse beleggingsverzekering. Zoals eerder aangegeven zijn er echter ook verzekeraars zoals ASR die een nieuw type beleggingsverzekering bieden als alternatief maar met kosten die vergelijkbaar zijn met banksparen. Ook die producten zijn dus te overwegen.

5. Neem de premiehistorie mee
Wie gaat banksparen en gebruik wil blijven maken van de fiscale vrijstelling (151.000 euro per persoon) zal minimaal 20 jaar moeten inleggen. Het is fiscaal gezien mogelijk de premiehistorie van de oude beleggingspolis (Kapitaalverzekering Eigen Woning of ‘KEW’) mee te nemen naar een nieuw product. Dat product wordt dan een ‘voortzetting’. Met name als uw hypotheek met beleggingspolis al vóór 2001 is ingegaan, is dat een punt van belang. Uw hypotheekrenteaftrek loopt dan in 2031 af en dan wilt u ook kunnen aflossen. Zou u in 2012 opnieuw starten, dan haalt u die termijn van 20 jaar niet meer.

TIP:
Vraag bij de nieuwe aanbieder expliciet naar de mogelijkheden om uw premiehistorie mee te nemen: het wil in de praktijk nog wel eens tot problemen leiden.

LET OP:
Betreft het een polis van vóór 14 september 1999, dan gaat het mogelijk om een andere vorm dan de KEW. Raadpleeg een onafhankelijk financieel adviseur.


6. Sluit een losse risicoverzekering af
Heeft u een passend nieuw product gevonden voor de opbouw van het aflossingskapitaal, dan zult u daarbij een nieuwe overlijdensrisicoverzekering moeten sluiten. Het goede nieuws is dat de premies voor die verzekeringen de laatste jaren met tientallen procenten zijn gedaald. Het slechte nieuws is dat u inmiddels wat ouder bent en mogelijk ook in een slechtere gezondheid. Desondanks zult u waarschijnlijk nog steeds goedkoper uit zijn met de nieuwe premie, al was het alleen maar omdat de verzekeraars de gewoonte hadden binnen hun woekerpolissen forse kostenopslagen te hanteren voor hun overlijdensrisicopremies. Een halvering (!) van die kosten blijkt vaak eenvoudig haalbaar, het geld dat u overhoudt, gebruikt u natuurlijk voor extra kapitaalsopbouw.

TIP:
Kijk altijd of u voor de nieuwe, gunstige risicoverzekering in aanmerking komt, voordat u besluit afscheid te nemen van de oude beleggingspolis met ingebouwde dekking.

7. Verlaag de inleg of maak de polis premievrij
Sommige bezitters van een woekerpolis overwegen deze premievrij te maken of om de inleg te verlagen. Beide maatregelen bieden geen echte oplossing van het onderliggende probleem: de te hoge kosten. Het is in de regel beter om gewoon te stoppen, maar niet altijd, zie onder Let Op:

TIP:
Sommige polissen bieden een interessante garantie waardoor het aanhouden van de polis toch voordeliger is dan stoppen, ondanks de hoge kosten. Heeft u jaren geleden gekozen voor een garantiebelegging die minimaal 4,5% per jaar oplevert, dan is voortzetten vaak beter dan stoppen.


8. Repareer het eindkapitaal
Kiezen voor een goedkoper product en overstappen naar een overlijdensrisicoverzekering met een lagere premie lost het probleem maar ten dele op. Lagere te verwachten rendementen voor de toekomst zijn de spelbreker. Prognoses van 9 procent voor een mixfonds of 12 procent voor een aandelenfonds (gemiddeld!) zijn veel te hoog. Voor een mixfonds is een prognoserendement van een procent of zes een beter uitgangspunt. En houd voor een puur aandelenfonds een rendement van een procent of acht aan. Door de lagere verwachte rendementen leidt zelfs een forse verlaging van de kosten nog niet tot het destijds beoogde eindkapitaal. De enige oplossing die dan nog resteert: repareren door het inleggen van extra geld om het eindkapitaal alsnog te kunnen halen. Zie ook het kader ‘Extra inleggen’.


Extra inleggen

In onderstaande tabel kunt u zien wat een extra inleg van € 100 per maand kan opleveren aan extra eindkapitaal bij verschillende netto rendementspercentages (dus na kosten) en verschillende resterende looptijden. Als u bijvoorbeeld 20 jaar lang € 100 per maand extra inlegt bij een verwacht rendement na kosten van 6% per jaar (circa 7% vóór kosten), bedraagt het extra eindkapitaal € 45.565.

looptijrd 4,00% 5,00% 6,00% 7,00% 8,00% 9,00%
10 jr 14.718 15.499 16.326 17.202 18.128 19.109
11 jr 16.532 17.506 18.545 19.651 20.830 22.086
12 jr 18.419 19.614 20.896 22.272 23.748 25.332
13 jr 20.382 21.827 23.388 25.076 26.899 28.869
14 jr 22.423 24.151 26.030 28.076 30.302 32.725
15 jr 24.546 26.590 28.831 31.286 33.978 36.928
16 jr 26.753 29.152 31.799 34.721 37.947 41.509
17 jr 29.049 31.842 34.946 38.397 42.235 46.503
18 jr 31.437 34.666 38.281 42.330 46.865 51.946
19 jr 33.921 37.632 41.817 46.538 51.865 57.879
20 jr 36.503 40.746 45.565 51.041 57.266 64.346
21 jr 39.189 44.015 49.537 55.858 63.099 71.394
22 jr 41.983 47.448 53.748 61.014 69.398 79.078
23 jr 44.888 51.053 58.212 66.530 76.201 87.452
24 jr 47.909 54.838 62.943 72.432 83.549 96.581
25 jr 51.051 58.812 67.958 78.747 91.484 106.531


CONCLUSIE

De woekerpolis die ooit bedoeld was om uw hypotheek mee af te lossen zal zo goed als zeker niet opbrengen wat ooit in de prognoses stond. Dat betekent dat u blijft zitten met een restschuld die fors kan oplopen. De extra rentelasten van die schuld krijgt u voor de kiezen tegen de tijd dat u wilt stoppen met werken. Tegen die tijd is de rente dan vaak niet meer aftrekbaar. Nu overstappen naar banksparen, het sluiten van een goedkopere overlijdensrisicoverzekering en een extra maandelijkse inleg zijn een prima mix om tegen overzichtelijke kosten het probleem op te lossen. Vraag om een goed advies van een onafhankelijk adviseur en kijk samen met deze persoon wat in uw situatie (nog) mogelijk is. En lees de kaders met tips door het artikel heen. Zo voorkomt u dat u met een lege dop blijft zitten.

K.P. Breukelaar FFP is partner en financieel planner bij Capital Consult & Coaching te Amsterdam ZO (www.capitalconsult.nl)


Een (schrijnend) praktijkvoorbeeld

Pieter en Elly sloten in 2001 een beleggingsverzekering bij hun hypotheek. Ze waren toen respectievelijk 35 en 32 jaar. Het beoogde eindkapitaal van € 160.000 zou in 2031 uitgekeerd moeten worden. Zij besloten de inleg volledig te beleggen in het mixfonds, met een prognoserendement van 9% per jaar. De polis keert € 160.000 uit als één van beiden voortijdig komt te overlijden. Maandelijkse hebben ze € 210,57 ingelegd, in totaal inmiddels ruim € 25.000. Maar de actuele waarde van de polis is na 10 jaar nauwelijks meer dan € 14.000 (de hoge eerste kosten in combinatie met tegenvallende rendementen hebben hun uitwerking niet gemist). Als het mixfonds de komende 20 jaar gemiddeld 6% per jaar oplevert, komt het eindkapitaal niet hoger uit dan zo’n € 44.000 waardoor ze een verwachte restschuld van € 116.000 zullen hebben. Tegen de tijd dat Pieter met werken stopt, zullen ze er bij 5% hypotheekrente maandelijks ruim € 480 netto op achteruit gaan.

 


Reparatie
Pieter en Elly besluiten over te stappen naar een bankspaarhypotheek op basis van beleggingen. Het nu aanwezige beleggingskapitaal in de beleggingspolis van € 14.000 is het startkapitaal voor het bankspaarproduct. De kosten van dat product zijn iets meer dan 1% per jaar. De zoektocht naar een passende overlijdensrisicoverzekering levert een jaarpremie op van € 450, iets meer dan de helft van de premie die ze volgens de jaaropgave in de beleggingsverzekering betaalden. Bovendien is de premie voor de hele looptijd gelijk, terwijl die binnen de beleggingspolis jaarlijks toenam. De dekking is ook nu op twee levens en met een startwaarde van € 150.000. De dekking daalt jaarlijks langzaam, omdat bij overlijden ook het bankspaarproduct uitkeert zodat er voldoende dekking is bij overlijden.
Om te komen tot een verwacht eindkapitaal van € 160.000 zullen ze maandelijks € 110 extra moeten inleggen. De maandelijkse kosten van inleg en risicopremie stijgen van € 211 naar € 321. Daarmee komen ze dan ook veel beter uit, en veel belangrijker, de kans dat ze het eindkapitaal van € 160.000 gaan halen is weer realistisch. Ook bij 4% rendement komen ze nog uit op € 122.000 eindkapitaal. Om het allemaal in perspectief te plaatsen: de komende 20 jaar betalen ze in totaal € 26.400 aan extra inleg, wat ze uiteindelijk naar verwachting € 116.000 aan extra eindkapitaal zal opleveren ten opzichte van de oude beleggingsverzekering. Met dank aan de kostenbesparingen.

 

TIP 1
Heeft u vóór 2001 uw beleggingshypotheek gesloten? Dan zou u kunnen overwegen de looptijd voor het opbouwen van een eindkapitaal wat langer te maken. Uw hypotheekrenteaftrek stopt immers pas in 2031. Is uw hypotheek bijvoorbeeld in 1997 gesloten voor een periode van 30 jaar, dan zal de beleggingspolis aflopen in 2027. Uw nieuwe bankspaarproduct zou u dan toch tot 2031 kunnen laten lopen. Die extra jaren leveren dan ook extra rendement op. Houd u er wel rekening mee dat de lening en dus ook de rentelasten langer doorlopen.


TIP 2
Naarmate de aflossingsdatum van de hypotheek dichterbij komt, is het verstandig om de beleggingsrisico’s af te bouwen. Sommige aanbieders hebben producten die dit automatisch doen, zogenaamde ‘targetfunds’. Zit dit niet ingebouwd, doe het dan zelf. Een simpele beleggingsregel is om maximaal 5% risicodragende beleggingen te bezitten per jaar aan resterende looptijd. Tien jaar voor einddatum zit u dan op 50% risicodragende beleggingen, twee jaar voor einddatum nog maar op 10%.


TIP 3
Vergelijkingssites als Independer.nl bieden de mogelijkheid om snel en eenvoudig de premies voor overlijdensrisicoverzekeringen te vergelijken. Zet die premies af tegen wat u nu betaalt in uw beleggingsverzekering. Dat laatste vindt u eenvoudig terug op het waardeoverzicht dat de verzekeraar u stuurt.


TIP 4
De hoogste en de laagste jaarinleg mogen in een verhouding staan van 10 staat tot 1. Koopt u uw beleggingspolis af en wilt u het vrijkomende geld gebruiken voor een eerste hoge storting op een nieuw product dan moet u die verhouding 10 staat tot 1 respecteren. Pas daar dus mee op want soms is de eerste hoge storting uit de afkoopwaarde dan te hoog. Het is te voorkomen als u het kapitaal rechtstreeks overhevelt en de premiehistorie laat meenemen in het nieuwe product.


TIP 5
Veel gedupeerden van woekerpolissen willen liever niet terug naar de tussenpersoon of bank die het product ooit verkocht. Toch is dat wel het eerste adres waar u moet zijn. Zij kunnen ook aangeven welke alternatieven de verzekeringsmaatschappij te bieden heeft waar u het product heeft gesloten. Wilt u een onafhankelijke second opinion? Dat kan, bijvoorbeeld door een onafhankelijk financieel planner in te schakelen die werkt op urenbasis. Zie bijvoorbeeld www.vofp.nl.

TIP 6
Als u stopt met uw oude beleggingsverzekering, zorg dan dat u uw rechten op een schadeclaim behoudt. Verzekeraars willen vaak dat u ervoor tekent dat u afziet van verdere rechten en claims. Staat zo’n passage in de afkoopbrief van de verzekeraar die u moet tekenen? Streep de passage door en zet er een paraaf naast.