Bijdrage: Kapé Breukelaar
F ongelezen weggooien
FF gelezen weggooien
FFF alleen als het u past
FFFF zeker het overwegen waard
FFFFF aanrader
WAT Wereld Garantie Note 2010-2017
WIE ABN Amro
OORDEEL FF
Beleggen in garantieproducten was lange tijd populair omdat het twee aantrekkelijke eigenschappen aan elkaar koppelt: een beperkt risico en uitzicht op een aardig rendement. ABN Amro was ook lange tijd een grote aanbieder van dergelijke producten. Tot de kredietcrisis. Beleggers keken ineens met heel andere ogen naar de ‘garantie’ van aanbieders: vraagtekens werden gezet bij de kredietwaardigheid, en niet ten onrechte. Bovendien ging de beurs zo wild tekeer dat de voor de garantie noodzakelijke opties peperduur werden. Langzaam maar zeker komt de markt voor garantieproducten echter weer op stoom. Dit product van de groen-gele (of moet ik zeggen: rood-wit-blauwe) bank biedt aan het einde van de zevenjarige looptijd een garantie van 100% van de inleg. Alleen komt die garantie niet van de ABN Amro maar van de Royal Bank of Scotland. Die bank heeft een A+-rating, een fractie beter dan de rating die ABN Amro heeft. Aan het einde van de looptijd wordt de einduitkering bepaald door de stijging van een vijftal indices. Voor 45% is dat de S&P 500, voor 30% de EuroStoxx 50, voor 10% de Nikkei, voor 9,5% de MSCI Emerging Markets Index en voor 5,5% de MSCI Pacific. Een wereldwijde spreiding dus, maar met een flink accent op de Verenigde Staten. U loopt echter geen valutarisico omdat er slechts gekeken wordt naar de stand van de index, niet naar de waarde gemeten in euro’s. Op einddatum bepaalt de gemiddelde stijging van het mandje indices uw einduitkering. Er is geen middeling van de indexstanden aan het einde van de looptijd, wat op zich een pluspunt is. Het grote minpunt is echter dat uw eindwaarde nooit hoger kan zijn dan 160% van de inleg. Dat beperkt uw maximale rendement op jaarbasis tot 6,94%. Het probleem zit ‘m niet eens in de kosten, per jaar iets meer dan 0,6%. Het probleem zit ‘m wel in de relatief hoge prijs van de opties en de lage rentestand. Jammer dat de ‘chef de cuisine’ van de productenafdeling de receptuur van dit beleggingsgerecht niet iets creatiever samenstelde. Met een garantie op 90% en een middeling van de indexstanden in de laatste twee jaar had het geheel er wat leuker uitgezien. Laten we dus nog maar even wachten met dit soort producten.
WAT Friesland Bank EuroRente Fonds
WIE Friesland Bank
OORDEEL FFF
Wie een beetje interesse heeft in beleggingsfondsen, kent de site van fondsenbeoordelaar Morningstar. Minder bekend is dat de Vereniging van Effecten Bezitters (VEB) ook beleggingsfondsen beoordeelt. De VEB kijkt echter veel sterker naar de kosten die een fonds in rekening brengt. Bij de obligatiefondsen staat het EuroRente Fonds van de Friesland Bank hoog genoteerd met vier van de maximale vijf sterren. Het eerste wat mij opvalt is dat niet de nuchtere bankiers in Leeuwarden dit fonds beheren, maar de jongens van Van Lanschot-dochter Kempen & Co aan de snelle Zuid-As. Het zal wel het belang van bijna 25% zijn dat de Friezen in het Bossche bankiershuis hebben. Het fonds belegt in Europese obligaties. Medio 2010 was er zo’n € 88 miljoen aan belegd vermogen. Dat is niet veel in beleggingsfondsenland. De Total Expense Ratio van het fonds bedraagt 0,90%. Daarin zitten dus alle kosten van beheer, administratie en transacties. Mijn probleem met obligatiefondsen is simpel: waarom zou ik 0,9% kosten willen betalen als het rendement op de obligaties niet veel meer is dan 3,5%? Met andere woorden, u levert bijna een kwart van uw rendement in aan kosten. Dat moet de beheerder dus goed zien te maken met een heel slim beleggingsbeleid. En dus ook met extra risico’s. Het halfjaarverslag wijst uit dat dik 72% van de obligaties van overheden zijn, vooral Nederland, Duitsland en Frankrijk. Een kleine 20% betreft obligaties van financiële instellingen. Het restant bestaat uit obligaties van het bedrijfsleven en onderhandse leningen. Daarbij zit er ook een van € 120.000 (1,4‰ van het fondsvermogen) aan de Kinderopvang Heerenveen. Merkwaardig, maar oké, wèl in Friesland. Al met al is het helemaal geen slechte obligatieportefeuille, maar ik zie weinig elementen die nu echt veel toegevoegde waarde bieden. In het verslag is te lezen dat in 2009 is gekozen voor het verbeteren van de kwaliteit van de portefeuille. Onderdeel daarvan is het verkopen van een deel van de Franse staatsobligaties om die te ruilen naar Finse. Misschien ben ik wel van de oude stempel, maar obligaties koop je van de beste kwaliteit om ze daarna aan te houden tot einddatum. Dat levert niet het hoogste rendement op, maar wel de meeste rust en lage kosten. Daarvoor heb ik geen fondsbeheer(der) tegen 0,9% per jaar nodig.
Wat Portfolio Two
WIE Capital Guards
OORDEEL FFF
In de loop van 2009 werd duidelijk dat SNS Fundcoach het verder moest stellen zonder oprichters Jeroen Vetter en Jan Welkzijn. Met zijn tweeën waren deze heren er verantwoordelijk voor dat Nederland kennismaakte met topfondsen zoals Skagen Global en Carmignac. Lang zaten ze niet stil. Al snel kwamen zij met CapitalGuards op de proppen, het platform voor twee ‘fund-of-funds’. Portfolio Two is de offensievere variant, of — om in CapitalGuards termen te spreken — het fonds dat méér gericht is op ‘stuwvermogen’ (het behalen van rendement) dan op ‘drijfvermogen’ (het behoud van kapitaal). Goed gevonden termen. Met een minimale deelname van € 100.000 is het niet bestemd voor kleine beleggers. Aan de andere kant zou u wel een flink deel van uw belegd vermogen in zo’n fonds kunnen investeren omdat het al een ingebouwde spreiding heeft. Het gaat bij Portfolio Two dus om een fonds gericht op vermogensgroei dat daarvoor weer in andere beleggingsfondsen belegt. Op het moment van schrijven waren dat zeventien verschillende fondsen. Daarbij kiest CapitalGuards voor een mix van aandelenfondsen, obligatiefondsen en hedgefunds. Al met al leidde dat tussen 21 mei en 31 december 2010 tot een rendement van 6,21%. Niet spectaculair, maar wel met een relatief lage volatiliteit (beweeglijkheid) van de portefeuille. Ter vergelijking: over dezelfde periode leverde de AEX index ruim 13% rendement op, maar met veel meer volatiliteit. Een klassiek nadeel van een fund-of-funds is de dubbele kostenstructuur. Bovenop de kosten van de onderliggende fondsen betaalt u de kosten van CapitalGuards. Die zijn 0,96% op jaarbasis voor het beheer, plus 0,42% voor allerlei interne administratieve lasten. Daarmee bent u er nog niet, want de beheerder krijgt 9,5% van het behaalde rendement voor zover het boven het 12-maands Euribor-tarief uitkomt. Voor 2011 is die drempel 1,51%. Wat betreft de kosten is het goed te weten dat van de fondsen in de portefeuille geen kickbacks worden ontvangen, iets dat wel gebruikelijk is in fondsenland. Toch schat ik de totale kosten op 2,5% per jaar, wat stevig is. Stilletjes hoop ik op de introductie van een Portfolio Three, waarin vol offensief belegd wordt. Een vierde F’je zit er vooralsnog niet in, gewoon omdat de resultaten mij wat tegenvallen.
WAT Pure Oxygen
WIE Pure Oxygen BV
OORDEEL F
Beleggen in bomen is niet bepaald een succesverhaal. Mijn trouwe lezers werden jaren geleden al gewezen op de risico’s, GoodWood is inmiddels failliet en dat is nog maar het voorlopige dieptepunt in een serie debacles, echecs en fraudezaken. Waarom zou je dan nog plantages aanbieden aan beleggers? Precies, je gooit het over een andere boeg door beleggers te wijzen op het belang van CO2-rechten en schone lucht. Zo figureren Mirjam en Alex in de brochure van Pure Oxygen met hun oldtimer. De uitstoot van hun klassieke auto hebben ze ruimschoots gecompenseerd met een belegging in Pure Oxygen. En dan maken ze ook nog een mooi rendement! De hele brochure ademt een sfeer van verantwoord investeren. Met een minimale inleg van slechts € 5.000 koopt u al tien van de 14.600 aandelen Pure Oxygen. Daarmee wordt dus in totaal € 7,3 miljoen opgehaald en met dat geld wordt vervolgens 300 hectare bosgrond aangekocht. Dat is, even rekenen, maar liefst € 24.333 per hectare (!). Uit de folder maak ik op dat het gaat om teakhoutplantages in Costa Rica. Vervolgens moeten de bomen in vijftien jaar tijd lekker groeien en zou, in het verwachte scenario, uw investering van € 5.000 bijna moeten verviervoudigen naar ruim € 19.000. Ik heb mij de afgelopen jaren behoorlijk verdiept in de problematiek van investeren in houtplantages. Uit mijn onderzoek is onder andere gebleken dat de aanleg en het onderhoud van een hectare teakplantage in Brazilië niet meer hoeft te kosten dan een slordige € 3.000. De prijs die u bij Pure Oxygen betaalt komt neer op het achtvoudige. Ketsjing! Een onderbouwd plan ontbreekt in de brochure en een zoektocht bij de KvK levert evenmin bruikbare informatie op. Dan maar kijken bij de AFM, immers met een emissie van € 7,3 miljoen en een minimale deelname van € 5.000 moet er een goedgekeurd prospectus zijn. Toch vind ik Pure Oxygen nergens in de registers van de toezichthouder. De internetsite levert evenmin de gewenste en noodzakelijke financiële informatie op. Pure Oxygen is wat mij betreft niets anders dan belachelijk duur teakhout in een ‘verantwoord’ jasje. In financiële zin is het Pure Carbon Monoxide.
