Anderhalve week geleden kwam de AFM met een nieuwe leidraad: ‘Actief en passief beleggen in het belang van de klant’. Hiermee wil de toezichthouder financiële ondernemingen stimuleren om ten aanzien van actief en passief beleggen het klantbelang centraal te stellen.
Leidraad actief en passief beleggen in het belang van de klant.
Anderhalve week geleden kwam de AFM met een nieuwe leidraad: ‘Actief en passief beleggen in het belang van de klant’. Hiermee wil de toezichthouder financiële ondernemingen stimuleren om ten aanzien van actief en passief beleggen het klantbelang centraal te stellen.
Herman Bouter
Allereerst is het belangrijk het verschil tussen actief en passief beleggen uit te leggen. Uit eerder onderzoek van de AFM blijkt dat slechts 26% van de Nederlandse beleggers bekend is met passief beleggen. Bij actief beleggen zijn er analisten en fondsmanagers die de beste (aandelen)beleggingen voor u selecteren om op die manier voor u een zo hoog mogelijk rendement te behalen. Dit moet natuurlijk wel vergeleken worden met een voor het beleggingsfonds relevante index. In de praktijk weet het merendeel van de beleggingsfondsen de voor hen relevante index niet te verslaan. Als u zou beleggen in een index, dan zou u een beter rendement behalen dan veel vergelijkbare beleggingsfondsen.
Het beleggen in een index wordt ook passief beleggen genoemd. Een index wordt meestal niet samengesteld uit aandelen met de beste vooruitzichten, maar op basis van objectieve selectiecriteria, zoals bijvoorbeeld de beurswaarde van een onderneming. In de leidraad geeft de AFM aanbevelingen kritisch te zijn naar de huidige praktijk. Dat geldt zowel voor aanbieders van beleggingsproducten als voor banken en vermogensbeheerders die beleggingsadvies geven. Een van de aanbevelingen is dat er in de gesprekken met beleggers meer aandacht besteed moet worden aan passief beleggen en de verschillen met actief beleggen. De reden hiervoor is dat de Nederlandse particuliere beleggers ten opzichte van die uit andere landen en institutionele beleggers veel minder passief beleggen. Dat is ook logisch als veel beleggers van deze manier van beleggen niet op de hoogte zijn.
Door beleggingsadviseurs en vermogensbeheerders te vragen dit nadrukkelijk aan de orde te stellen in de periodieke contacten zal de klant veel meer in staat zijn een bewuste keuze te maken. Dit is niet alleen in de contacten voor het advies nodig, maar ook in de gesprekken na het advies. Dat laatste is natuurlijk belangrijk, want daarmee wordt de klant geconfronteerd met de consequenties van het advies dat hij heeft opgevolgd. Het zal in ieder geval interessante gesprekken opleveren indien de klant zich hierin verdiept en het aandurft het advies ter discussie te stellen. Dat is in het verleden te weinig gebeurd. Het is wel een teken aan de wand dat daarvoor een leidraad nodig is. Blijkbaar is de AFM van mening dat het klantbelang bij beleggen nog immer onvoldoende centraal staat.
Het gaat nog verder. In de leidraad beveelt de AFM zowel aanbieders als banken en beleggingsinstellingen aan om alleen beleggingsproducten aan te bieden respectievelijk te selecteren die waarde toevoegen. Blijkbaar zijn er ook beleggingsproducten die geen waarde toevoegen. Dat is niet zo vreemd, want door de grote hoeveelheid beleggingsfondsen zien veel beleggers door de bomen het bos niet meer. Dat is teleurstellend en het is dan ook begrijpelijk dat de toezichthouder het tempo in de nagestreefde veranderingen wil houden.
