« Terug naar het overzicht
Beleggen anno nu heel anders dan vroeger
Herman Bouter
12-11-2011

Nadenkend over het 10-jarig bestaan van OverGeld valt mijn oog op een bericht dat het Europees fondsvermogen in 10 jaar met 70% is gegroeid naar € 8.142 miljard, waarvan naar schatting € 2.500 miljard in handen is van particuliere beleggers. De beleggingsfondsen hebben in 10 jaar een enorme ontwikkeling gemaakt.

Beleggen anno nu heel anders dan vroeger

Nadenkend over het 10-jarig bestaan van OverGeld valt mijn oog op een bericht dat het Europees fondsvermogen in 10 jaar met 70% is gegroeid naar € 8.142 miljard, waarvan naar schatting € 2.500 miljard in handen is van particuliere beleggers. De beleggingsfondsen hebben in 10 jaar een enorme ontwikkeling gemaakt.

Herman Bouter

Was beleggen vroeger voornamelijk weggelegd voor een kleine groep vermogenden, tegenwoordig lijkt het er op dat bijna iedereen belegt. Doordat zoveel meer particulieren beleggen, heeft dat grote veranderingen in de manier van beleggen teweeggebracht. In het verleden werd voornamelijk in individuele aandelen en obligaties belegd. Particuliere beleggers hadden de voorkeur voor degelijke aandelen zoals Koninklijke Olie en Unilever en solide obligaties, zoals die van de Nederlandse Staat.
Bij beleggen is echter het spreiden van risico’s essentieel. Door een goede spreiding worden de risico´s van beleggen gereduceerd. Voor kleine particuliere beleggers was een goede spreiding door middel van individuele aandelen en obligaties echter niet te realiseren. Daarvoor was het vermogen met alle respect te klein. Die spreiding was wel te realiseren door middel van een beleggingsfonds, want vele kleine vermogens maken één groot vermogen. Dit was niet alleen vanwege de spreiding interessant, ook hield de fondsmanager de beleggingen van het fonds in de gaten en kon hij deze aanpassen aan nieuwe omstandigheden.
Ook voor de bank - tegelijkertijd vaak ook aanbieder van beleggingsfondsen - was het interessant. Op die manier konden namelijk veel particuliere beleggers efficiënt bediend worden. Vanuit het beleggingsfonds ontvangt de bank een continue stroom van inkomsten in de vorm van een managementfee en transactiekosten. Voor de bank was dit dermate interessant dat de bank meer beleggingsfondsen ging aanbieden.
Eerst in verschillende regio’s en landen, daarna in sectoren, gevolgd door verschillende beleggingsstijlen. Inmiddels zijn er zoveel beleggingsfondsen dat de particuliere belegger niet meer weet in welke hij het beste kan beleggen.
Banken boden jaren geleden nog voornamelijk eigen huisfondsen aan, omdat zij daar meer aan verdienden dan aan beleggingsfondsen van andere aanbieders. Of de klant ook de beste fondsen kreeg aangeboden, was blijkbaar minder relevant. Inmiddels worden er ook fondsen van derden aangeboden, maar dan is vaak wel afgesproken dat de bank daarvoor een vergoeding krijgt.
In beleggingsvoorstellen tref ik meer dan eens een beleggingsfonds met slechts één ster van Morningstar aan. Dat betekent dat u het advies ontvangt om in een fonds te beleggen dat tot 10% van de slechtste beleggingsfondsen in de categorie behoort. Wie wil daar nou in beleggen? Dan dient het advies op zijn minst een toelichting te bevatten, anders moet u ook vraagtekens bij de rest van het beleggingsvoorstel zetten.
De enorme groei van het Europees fondsvermogen is dan ook voor de meeste particuliere beleggers geen positieve ontwikkeling. Bij veel beleggingsfondsen staan de kosten niet in verhouding tot de toegevoegde waarde voor beleggers. Dat zal pas anders worden als beleggers dat type fondsen links laten liggen. Zolang dat niet gebeurt, zal er niets veranderen.